Programmamanager 2 februari 2015
Op 1 februari 2015 is dan eindelijk de Huisdierenlijst voor zoogdiersoorten (voorheen Positieflijst zoogdieren) in werking getreden. De Dierenbescherming heeft zich bijna 25 jaar hard gemaakt voor het beperken van het aantal diersoorten dat als huisdier mag worden gehouden. Al deze tijd wisten tegenstanders de Huisdierenlijst tegen te houden, maar gelukkig heeft staatssecretaris Dijksma de knoop nu doorgehakt.
Waarom is de Dierenbescherming eigenlijk zo’n groot voorstander van deze lijst? Wij zien al jaren de enorme welzijnsproblemen die worden veroorzaakt door het ongebreideld aanschaffen van de meest exotische dieren. Bij opvangcentra, zoals die van Stichting AAP, overtreft het aanbod van gedumpte en afgestane exoten al jaren de capaciteit. Inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) komen regelmatig verwaarloosde exotische dieren tegen, vaak bij mensen die onvoldoende kennis hebben van deze dieren.
Veel van deze dieren worden aangeschaft omdat het spannend is om weer eens iets anders te hebben dan de ‘gewone’ hond of kat. Maar zelfs wanneer men langer over de aanschaf heeft nagedacht, blijkt dat het toch niet zo eenvoudig of leuk is om een exoot als huisdier te hebben. De dieren hebben vaak veel ruimte nodig, andere klimatologische omstandigheden dan de huiskamer en gespecialiseerd en duur voer. Er is moeilijk aan een dierenarts te komen die het dier adequaat kan helpen en het dier blijkt absoluut niet aaibaar te zijn. Dit zijn dan ook precies de redenen die de Dierenbescherming aandraagt om deze dieren niet meer als huisdier te houden.


