Translate

zondag 19 juli 2020

Kan een panda achter glas gelukkig zijn? 2 experts aan het woord ( Wat is uw mening? )


BaoBao stierf na 28 jaar lange eenzame opsluiting in de Zoo van Berlijn.  Foto:   Julia Lindemalm 

Jullie denken allebei veel na over onze relatie met dieren. Wat is onze verplichting aan dieren?

Constanze Mager:

 “Wij hebben het bij Burgers’ Zoo regelmatig met elkaar over de filosofische vragen rondom dierenrechten. Hebben wij het recht om dieren te benutten, zij het als werkkracht, zij het als hobbyhuisdier? Hebben we het recht om dieren uit huizen en tuinen te weren omdat we ze niet willen? Deel daarvan is natuurlijk de vraag of we het recht hebben om exotische dieren te huisvesten. Heel nuttige gesprekken zijn dat, die we bijvoorbeeld ook met onderzoekers van de Wageningen Universiteit voortzetten.

“Tegelijkertijd denk ik dat het te laat is om te doen alsof we als soort niet al de grootste invloed hebben op andere soorten. Die invloed oefenen we al tienduizenden jaren uit en ondertussen zijn we zo succesvol en met zo veel dat we niet kunnen doen alsof we op gelijke voet staan. We hebben dus eerder een zorgplicht.”

DIEREN HEBBEN GEVOEL, BELANGEN EN INTERESSES ONAFHANKELIJK VAN HUN NUT VOOR MENSEN
Erwin Vermeulen: Animal Rights,  “Als je kijkt naar de ‘Wet dieren’
 waarin Nederlandse eisen staan over hoe we dieren houden, zie je dat we de ‘intrinsieke waarde’ van dieren erkennen. Dieren hebben gevoel, eigen belangen en interesses onafhankelijk van hun nut voor mensen. Als je dat respecteert, stuit je op de kernwaarde dat ieder individu op zichzelf staat en niet een ander doel dient: niet als voedsel, niet als vermaak en ook niet als educatief middel. In dat licht is het heel moeilijk om een verantwoording te vinden voor het grootschalig opsluiten van dieren om ze tentoon te stellen. De grote vraag is: wat maakt het het ‘ongerief’ waard dat we dieren aandoen als we hun vrijheid afnemen?”



Hoe ongeriefelijk is een dierentuin precies, voor een gemiddeld dier?
Vermeulen: “Daar hebben we geen duidelijke definities voor. Voor landbouwdieren hebben we al wel afspraken over ongerief als pijn, honger, stress en angst. Dat is natuurlijk een beperkte manier van kijken naar welzijn. Die dieren leven te kort om het te hebben over de vraag of dieren ‘tot bloei komen’.”
Mager: “Dat is wel een factor in het leven van dierentuindieren, die zich geen zorgen hoeven te maken over de meest basale behoeften. Ik denk dat er nauwelijks ongerief is, maar dierenwelzijn is door mensen heel moeilijk te definiëren. Welk instrument we ook gebruiken, we zullen toch onze meningen en gevoelens daarop loslaten.”







Vermeulen: “Dat zie ik anders. Sinds Darwin weten we dat het verschil tussen dieren en mensen niet absoluut is, maar gradueel. We kunnen nagaan dat wij en zoogdieren die dicht bij ons staan soortgelijke dingen nastreven. Dat is niet onze gevoelens op dieren projecteren. We hebben een band waarin we kunnen veronderstellen dat ook dieren een natuurlijke drang hebben om zelf keuzes te maken. Dieren kunnen in een dierentuin niet hun natuurlijke gedrag vertonen.”
Mager: “Dat hoor je vaak. Maar ik vraag me, bot gezegd, af of dieren dat ‘natuurlijke’ iets uitmaakt. In de natuur is het leven anders, want daar is bepaald gedrag noodzakelijk om te overleven. Maar is het zielig dat wij mensen geen jagers en verzamelaars meer zijn? We leven nu ook anders dan hoe we het 10.000 jaar geleden deden. Niemand ging naar de sportschool.”
Vermeulen: “Maar wij hebben de keuze! Alles wordt voor dierentuindieren bepaald: met wie ze wonen, wat ze eten, wanneer ze eten, wie naar ze kan kijken, wanneer ze alleen kunnen zijn. Een dolfijn in het wild zou nooit een dode vis eten, terwijl dat alles is wat een dolfijn eet in gevangenschap. Een ijsbeer is geëvolueerd om zijn eten bij elkaar te jagen, om lange afstanden te zwemmen, om op het ijs te leven.”

DENK JE ECHT DAT EEN IJSBEER IJS NODIG HEEFT OM GELUKKIG TE ZIJN?
Mager: “Denk je echt dat een ijsbeer ijs nodig heeft om gelukkig te zijn? De vraag is of dieren er een boodschap aan hebben dat dingen niet ‘natuurlijk’ zijn. Leeuwen eten ook graag in het wild aas. Als een slang moeilijk doet over het opeten van zijn konijn, dan warmen we het op in de magnetron en gaat het daarna prima. Olifanten lopen in het wild 30 kilometer per dag omdat dat moet. Wij moeten olifanten aansporen te lopen door eten te verstoppen. Vinden ze dat leuk? Het zou voor mensen het beste zijn als alles in de supermarkt elke dag op een andere plek lag, en niet netjes geordend. Dat houdt ons scherp en fris. Maar het zou ook superirritant zijn. Ik denk dat dieren in de dierentuin vooral spanning missen. Een gibbonfamilie moet in het wild nog wel eens een buurgroep wegjagen. Maar hier woont de volgende gibbongroep in Amersfoort. Stress en een beetje gevaar, dat is het zout in het leven van het dier.”
Vermeulen: “Ja. Wij gaan bungeejumpen om dat gevaar in ons huidige leven van bank-zitten en overvloedig eten op te zoeken. We hebben te maken met een epidemie van welvaartsziekten, maar wij mensen kunnen daar rationeel over nadenken en zijn geëvolueerd voor bepaalde omstandigheden.”
Mager: “Wij doen ons best om dieren uit te dagen en te vermaken. Maar het blijft schipperen. Er zijn allerlei moeilijke keuzes die we moeten maken: moeten we de dieren jongen laten krijgen? De hele groep fleurt op van een jonkie erbij, maar de kans dat je dan met te veel dieren komt te zitten en overtollige dieren moet afmaken, neemt dan ook toe. We castreren nu dus sommige dieren, wat ook als een inbreuk op hun autonomie kan worden gezien.”
Vermeulen: “Ik vind het begrip ‘overtollige’ dieren niet echt respectvol tegenover dieren.”





Mager: “Dat zijn ook nooit eenvoudige beslissingen. Als het echt niet anders kan en er geen plek is in een goede dierentuin in Europa, euthanaseren we wel eens dieren. Dat zijn nu vooral katoenratjes en navelzwijnen. Als we meer dieren nageslacht gunnen, zullen we misschien ook chimpansees moeten gaan euthanaseren, en dat vinden mensen dan weer erger omdat ze dichtbij staan. Is een giraffe met zijn mooie wimpers meer waard dan een lierhert?”
 Dierentuinen vervullen ook een opvoedende rol. Artis besloot een paar jaar geleden om geen namen meer te geven aan dieren, zodat we ze niet zouden ‘vermenselijken’. Zo leren we van dieren­tuinen over de natuur, nietwaar?
Vermeulen: “Dierentuinen

verantwoorden hun bestaan sinds de jaren 80 als educatieve plek, maar de meeste mensen zien een dierentuinbezoek gewoon nog als een dagje uit. Je kunt nog steeds naar een dier kijken terwijl je een dier eet. Er is veel onderzoek gedaan naar wat mensen daadwerkelijk opgestoken hebben na een dierentuinbezoek. Niet alleen qua kennis, maar ook wat hun houding tegenover dieren betreft. Hebben ze na hun bezoek bijvoorbeeld een grotere drang om zich in te zetten voor dierenwelzijn of natuurbehoud? Wat wij denken en sommige onderzoeken ook aantonen, is dat mensen en zeker ook kinderen, een verwrongen beeld krijgen van dieren. Die kun je tentoonstellen, opsluiten, ze zijn er voor ons. Hoe breng je over dat dit niet de normale functie van een dier is? Als je een dier in de ogen wilt kijken, kun je ook bij een slachthuis gaan staan, maar daar willen mensen hun kinderen niet naartoe brengen.”
Mager: “Ik houd liever de onderzoeken uit ons eigen dierenpark aan. Van de mensen die in onze oceaanhal een rondleiding krijgen, is aan het eind 20 procent meer ‘pro-haai’. We weten ook dat een van de grote crises het koraal betreft, maar de helft van de mensen die hier binnenkomen weten niet dat dat een dierlijk organisme is. Lastig om mensen te vragen klimaatneutraal te leven als ze niet weten dat er dieren doodgaan. Ik geloof echt dat de ontmoeting met een levend dier, ook in compromislandschap, belangrijk is voor interesse.”

OVER DIERENGEDRAG LEER JE IN EEN DIERENTUIN HEEL WEINIG. DAN KUN JE BETER EEN FILM OVER EEN WOLVENJACHT OP EEN KUDDE BIZONS KIJKEN
Vermeulen: “De nadruk op educatie voelt voor mij als greenwashing
2. Over dierengedrag leer je in een dierentuin heel weinig. Dan kijk je beter een film over een wolvenjacht op een kudde bizons. Kinderen omschrijven dieren uit een dierentuin als ‘leuk’ of ‘lui’. Ja, een roofdier dat niet hoeft te jagen, zal heel weinig inspanning doen.”
Mager: “Het is niet het hoogste doel, maar er zijn toch al bijna honderd door dierentuinen gefokte soorten alweer uitgezet. Het meeste succes is er met kleine dieren of koudbloedigen. De in het wild uitgestorven socorroduif in Mexico wordt binnenkort weer uitgezet, eerder waren er successen met vuursalamanders en schildpadden en de Californische condor.”
Vermeulen: “Maar met fokken en uitzetten los je het achterliggende probleem niet op. Er zijn genoeg tijgers in de wereld. Net zoveel in gevangenschap in de VS en China als in het wild. Het probleem is dat er geen plek is voor deze dieren om te leven. Zimbabwe verkoopt zelfs olifanten aan dierentuinen: er is geen ruimte meer voor ze. We kunnen niet tot in de eeuwigheid dieren bewaren in gevangenschap, met de vage hoop dat er ooit weer een plek voor ze komt.”
Mager: “In de jaren 80 en 90 dacht men bij dierentuinen echt: fokken en terugzetten, dat is ons doel. Maar nu zien we ook wel dat we het uitsterven niet bij kunnen houden. We werken nu vaak met een ambassadeurssoort: door tijgers hier te promoten en bescherming aan te zwengelen, krijg je meer beschermd leefgebied voor zijn soortgenoten in Azië.”

MOET JE DIEREN ECHT GEVANGEN HOUDEN OM KINDEREN TE ENTHOUSIASMEREN VOOR DIEREN?
Vermeulen: “Kun je wel van een individueel dier vragen om ambassadeur te zijn, zodat hij zijn soortgenoten redt? Onder het mom van ambassadeurschap heb je dat gesleep met panda’s over de hele wereld. Er werden er tientallen gefokt in China, er zijn er vijf uit gezet, twee zijn er dood. De rest werd geleased aan dierentuinen over de hele wereld. Ik zie ze eerder als ambassadeurs van de Chinese politiek dan van de natuur. Ik vind het heel moeilijk om te verzinnen wat daar de winst van is.”
Mager: “Wij hebben die panda’s niet, maar het geld dat het leasen van die panda’s oplevert, gaat niet alleen naar het fokcentrum, dat gaat ook naar natuurbehoud in het Chinese bos. Geld wat anders niet binnen zou komen. Wij geven per jaar een miljoen euro aan natuurbehoud. We hebben al dertig jaar een stuk regenwoud in Belize in Centraal-Amerika. Die toewijding is echt.”
Vermeulen: “Dat is allemaal prachtig, maar de manier waarop lijkt me nogal omslachtig. Eerst winst maken en dan weggeven. Kun je beter die dierentuinen ertussenuit halen. Het feit dat er nu steeds nieuwe verantwoordingen worden gevonden voor dierentuinen duidt er volgens mij op dat we een overgang maken naar een toekomst waarin we zonder dierentuinen verdergaan. Ik denk dat je een stap verder moet: hologrammen en 3D-films. Moet je echt dieren houden om kinderen te enthousiasmeren voor dieren? Kijk maar hoe populair dino’s zijn: die zullen kinderen nooit in het echt zien. En de bewondering voor walvissen leidde tot een van de succesvolste beschermingscampagnes zonder dat we er ooit een opsloten in een dierentuin.”
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in OneWorld-magazine.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten