Translate

maandag 17 maart 2025

De Nederlandse Femke den Haas runt al 20 jaar 6 opvangcentra voor geredde dieren door heel Indonesië van mishandelde aapjes tot dolfijnen en gesmokkelde dieren


Het aapje moet leren altijd op de achterste pootjes te lopen wat tegen hun natuur is en pijnlijk. Stokslagen  als het diertje niet gehoorzaamd. 

Femke den Haas groeide in twintig jaar tijd uit tot de bekendste redder van wilde dieren in Indonesië. Haar speurhonden vinden jaarlijks duizenden gesmokkelde beesten – van schildpadden tot gibbon-apen – die uiteindelijk weer worden vrijgelaten.

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont op Bali.


Er zijn in Indonesië wel meer westerlingen die zich bekommeren om dierenwelzijn. Geen overbodige luxe in een land waar geverfde kuikens worden verkocht op schoolpleinen, geketende apen dansen voor toeristen en zeldzame diersoorten worden verhandeld door smokkelaars.


Maar hun acties beperken zich doorgaans tot een geldinzameling voor zwerfhonden of een strandschoonmaak voor zeeschildpadden. Maar zoals Femke den Haas, die door heel Indonesië zes opvangcentra runt voor geredde dieren – van orang-oetans tot dolfijnen –, en speurhonden traint om gesmokkelde dieren te vinden op vliegvelden en in zeehavens, is er niemand.

Femke met een geredde Moonbear 

Prominente dierenbeschermer

De 47-jarige Femke den Haas, een tengere vrouw met getatoeëerde armen en vingers, begon ooit als tiener met vrijwilligerswerk op Borneo en groeide uit tot een prominente dierenbeschermer in Indonesië. Zeldzame dieren als gibbon-apen, orang-oetangs, Brahmaanse wouwen (een havik-achtige, red.), honingberen of zeeschildpadden die de Indonesische politie onderschept, worden overgedragen aan Den Haas en na rehabilitatie weer vrijgelaten.

Haar stichting JAAN (Jakarta Animal Aid Network) is een soort Indonesische versie van de Nederlandse Stichting AAP, waar zij ook als vrijwilliger werkte. Maar dan groter en exotischer.

Zo snel mogelijk van school af

Den Haas wordt in 1977 geboren in Kameroen, waar haar vader ontwikkelingswerk doet. Haar lagere school staat in Den Haag, tot haar vader een baan krijgt op de Nederlandse ambassade in Algerije. Daar voelt zij zich naar eigen zeggen niet vrij. ‘Ik mocht daar niet alleen over straat, de Franse school was zeer streng, heel anders dan mijn oude montessorischool’, zegt Den Haas in een interview op Bali, waar zij met haar Indonesische man en hun 13-jarige zoon woont.

Als zij 12 is, vertrekt Den Haas op eigen verzoek naar een internaat in Zeeland. ‘Ik koos voor de mavo, want ik wilde zo snel mogelijk van school af.’ Op haar 16de verhuist ze naar een Haags kraakpand.

Haar ouders, inmiddels gestationeerd in Indonesië, nodigen hun dochter uit op bezoek te komen. Ze vraagt de vermaarde orang-oetangredder Willie Smits, eveneens een Nederlander, of zij mag helpen in diens opvangcentrum in Kalimantan.

Dat is inmiddels een populaire bestemming voor (betalende) vrijwilligers, maar in 1995 is het niet meer dan een verzameling houten barakken in het regenwoud, waar geen westerling het lang uithoudt. Den Haas leert ter plekke Indonesisch en blijft een halfjaar. ‘Ik volgde de apen door het bos en leerde ongelooflijk veel.’ Terug in Nederland gaat ze aan de slag bij Stichting AAP; ‘s avonds haalt ze haar havodiploma en volgt een tweejarige opleiding tot dierenartsassistent.

Eigen project

De kans om een eigen project op te zetten komt na een telefoontje van Smits, die haar naar een ziekenhuiskamer in Amsterdam dirigeert. Daar vraagt filantroop en dierenbeschermer Paulina Schmutzer – terminaal ziek – of Den Haas haar werk met primaten in Indonesië wil voortzetten. ‘Ik voelde me zeer vereerd, ik had haar maar één keer eerder ontmoet’, zegt Den Haas.

Onder leiding van Smits en gesteund door een royaal legaat, helpt Den Haas de apenverblijven verbouwen in de dierentuin van Jakarta tot het internationaal geprezen Schmutzer Primate Center. Een chimpansee bijt een deel van haar duim af, maar dat was volgens Den Haas haar eigen schuld. Tegelijkertijd helpt ze een opvang opzetten voor in beslag genomen dieren, naast de luchthaven van Jakarta. Later volgen nog vijf centra bij vliegvelden en havens.

Eigen weg

Den Haas gaat in 2002 haar eigen weg, als de erven Schmutzer zich na een conflict met de Indonesische regering terugtrekken. Van haar mentor Smits is ze steeds meer verwijderd geraakt. ‘Hij vond dat ik mij moest beperken tot bedreigde dieren. Maar ja, hij staat niet in het veld. Als ik een makaak (een niet-bedreigde apensoort, red.) tegenkom aan een ketting, dan neem ik die ook mee.’

Het typeert volgens oud-directeur David van Gennep van Stichting AAP zijn voormalige vrijwilliger. ‘Femke denkt niet in ecosystemen, zoals veel natuurbeschermers, maar in individuele dieren’, zegt hij telefonisch. Ieder dier krijgt van haar een naam. Zoals makaak Rina, die geen armen meer heeft, of de tandeloze honingbeer Billy.

Zulke dieren, die niet meer terug kunnen naar het wild, krijgen een permanente plek in het recent geopende Ellis Park op Sumatra, genoemd naar de Australische muzikant Warren Ellis die het project sponsort.

Ook typerend voor Den Haas: ze kan goed omgaan met de Indonesische overheid. Weinig wetenschappers en natuurbeschermers kunnen een minister een appje sturen als er wat geregeld moet worden. Haar vader prijst haar aanpak. ‘Ze stelt zich als buitenlander bescheiden op, anders kom je in Indonesië niet ver.’

Fotogenieke momenten

Wat ook helpt: Den Haas biedt een praktische (en voor de overheid gratis) oplossing voor in beslag genomen dieren. Eerder kregen smokkelaars na het betalen van een boete hun bedreigde dieren gewoon terug. Den Haas levert geen openlijke kritiek en nodigt politici uit voor fotogenieke momenten. Zoals de vrijlating van een groep voormalige dansapen, de opening van een zeeschildpadden-kliniek of het drijvende rehabilitatiecentrum voor dolfijnen op zee (het eerste ter wereld). Allemaal tot stand gekomen, stelt haar vader, ondanks jarenlange tegenslagen. ‘Ze heeft een enorm incasseringsvermogen.’

Die gedrevenheid is volgens Van Gennep tevens haar achilleshiel. ‘Femke wil ieder dier redden en daardoor schiet haar organisatie alle kanten op. We hebben daar weleens een scherp gesprek over gehad, ik vind dat zij zich beter kan beperken.’

Kwetsbare financiën

Nog een valkuil: Den Haas staat liever tot haar middel in zee om schildpadden vrij te laten dan dat zij een vuistdik financieringsvoorstel schrijft voor een potentiële sponsor.

JAAN heeft geen fondsenwervers in dienst. Hoe kwetsbaar de financiën zijn, bleek onlangs toen de VS alle betalingen stopzetten. ‘Ons team in de haven van Jakarta – zes speurhonden, twaalf begeleiders en twee dierenartsen – vond afgelopen vier jaar duizenden gesmokkelde dieren. Dat werk ligt nu helemaal stil.’

Op de vraag of zij toch niet liever had doorgeleerd voor dierenarts, zegt Den Haas stellig nee. ‘Daar zijn er genoeg van. We hebben juist meer mensen nodig die het veld ingaan om concreet dieren te redden; die de confrontatie aangaan met eigenaren, die vissers en boeren voorlichten en lobbyen bij de overheid voor betere wetgeving.’

Ze bedoelt: mensen zoals zij.

Bekenden over Femke den Haas

Vader Dick den Haas:

‘Geen maaltijd verliep thuis vreedzaam. Totdat we allemaal vegetariër waren.’

Oud-directeur David van Gennep van Stichting AAP:

‘Femke is een ijzervreter, ze bijt zich vast en laat niet meer los.’

Muzikant Warren Ellis op de website van Ellis Park:

‘Binnen 30 seconden besloot ik Femke te steunen. Ze blies me omver met haar prestaties, ze is een natuurkracht. ’

Het is de eerste dag van het regenseizoen. De druppels kletteren keihard op het betonnen platform dat voor de haven ligt, waardoor er nevel hangt. Vrachtwagens, bussen, volgeladen pick-uptrucks en personenauto’s denderen over vier banen de heuvel af richting de loketten waar het geld voor de overtocht naar Java moet worden betaald.

Vanaf Lampung, in de zuidoostpunt van Sumatra, steken de ferry’s de smalle zeestraat van Soenda over naar Java. Dit is de belangrijkste smokkelroute voor bedreigde dier- en vogelsoorten, die in de oerwouden van Sumatra zijn gevangen. Via deze haven gaan ze naar Jakarta en dan door naar Dubai of China.

Fit genoeg om te worden vrijgelaten

Een K9-hond loopt om de truck heen en snuift. Hij is getraind om wild dat erin verborgen zit te ruiken en dan aan te slaan. “Bussen zijn een apart probleem”, zegt Den Haas. “Smokkelaars geven de chauffeurs pakketjes mee, waar van alles in zit, zonder dat de bestuurder het weet, en die tussen de koffers van passagiers liggen.” Een natte hond duikt al snuffelend de bagageruimte in. De chauffeur kijkt gelaten toe.

De K9-eenheid is een particulier initiatief van de Femke den Haas. Ze runt bij Lampung haar Sumatra Wildlife Center, waar dieren die gered worden uit handen van hobbyisten, smokkelaars en stropers worden opgevangen. Doel is de beesten fysiek zo snel mogelijk fit te krijgen, zodat ze weer vrijgelaten kunnen worden in de jungle. Deze ochtend zingen gibbons luidkeels in diverse kooien, waarmee ze hun territorium afbakenen. Makaken krijsen. Het is alsof je midden in de jungle zit.

Den Haas laat het opvangcentrum zien. Medewerkers van de lokale elektriciteitsmaatschappij hebben net drie kleine nachtaapjes, met heel grote ogen, binnengebracht. De dieren hebben een enorme opduvel gekregen toen ze tussen de stroomdraden klommen. Twee van hen halen het niet. De derde is gezond en wordt nog dezelfde dag uitgezet in het oerwoud.

Bijzondere vondsten, van parkiet tot meerkat

Den Haas wijst naar de zestien gibbons die ze hier heeft, waaronder de grotere zwarte siamangs. “Ze moeten uitgezet worden, maar er is steeds minder bos over op Sumatra en elk stelletje, vaak met een jonkie, is zeer territoriaal. Je kunt ze niet zomaar in de buurt van andere gibbons plaatsen, dat gaat fout.”

Er is een oplossing. In een deel van een oerwoud leefden tot voor kort tien gibbonfamilies, tussen de twintig en dertig mensapen. Die zijn allemaal overleden door een besmettelijke schimmelinfectie aan de luchtwegen. “Dus nu is er ruimte voor onze apen. Die schimmel is intussen wel verdwenen.” Binnenkort gaan de gibbons de vrijheid tegemoet.

Niet alle dieren kunnen terug naar de wouden op Sumatra. Sommige, waaronder makaken en vier honingberen, zijn als huisdier gehouden in vaak kleine getraliede kooien. Een grote makaak mist haar armen. “Ze zat achter een huis in een klein kooitje en van de stress had ze haar armpjes finaal kapotgebeten. Afzetten was de enige oplossing. Ze blijft hier en is een geweldige pleegmoeder voor jonge makaken die hier binnenkomen en die op termijn vrijgelaten worden.”

Met haar K9-eenheid deed Den Haas al diverse opmerkelijke vangsten: twee baby orang-oetans, Thaise Alexandra-parkieten, veertien Afrikaanse meerkatten. De laatste twee soorten zijn uitheems en waren waarschijnlijk bestemd, zegt ze, voor een Indonesische dierentuin. Ze wil ze terugbrengen naar het land van herkomst. Maar ze stuit op bureaucratie en tegenwerking. De kans dat de meerkatten, die nieuwsgierig over haar schoenen lopen, hier voorgoed blijven, is groot.

Getty Images

Opvangcentrum voor gesmokkelde dieren

Haar liefde voor wilde dieren begon al jong. Toen haar vader op de Nederlandse ambassade in Jakarta werkte, hielp zij als 17-jarige een half jaar in een opvangcentrum voor orang-oetans in de wildernis van Kalimantan, op Borneo. Die mensapen werden geherintroduceerd in de jungle. “Mensen dachten dat ik het nooit vol zou houden, maar ik vond het geweldig. Ik leerde zoveel van die orang-oetans. Ze zijn grappig, hebben humor en allerlei emoties. De grootste beloning die je voor je inzet kunt krijgen was om ze vrij te zien.”

Terug in Nederland werkte ze als vrijwilligster in het Haagse hondenasiel en bij Stichting Aap. Toen ze haar diploma als dierenartsassistente haalde, vertrok ze naar Guinea in West-Afrika om met chimpansees te werken.

Indonesië bleef lonken. “In 2002 kreeg ik contact met een rijke Nederlandse, Puck Schmutzer. Op haar kosten werden er grotere verblijven voor olifanten, orang-oetans en tijgers gebouwd in de dierentuin van Jakarta. Ik bezocht haar op haar sterfbed in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam. Ze vroeg of ik haar droom kon realiseren.

“Ze liet een trustfonds na om een groot opvangcentrum bij de luchthaven van Jakarta te financieren, waar gesmokkelde dieren goed konden worden verzorgd. Ik ging daar aan de slag. Ik was jong en moest werken met diersoorten waarvan ik nog nooit had gehoord.” Ze lacht er nu om. “Verspreid over Indonesië zijn er vijf van dit soort centra gekomen.”

Gemartelde makaken in pakjes

Den Haas realiseerde zich al snel dat opvangen niet de oplossing is tegen het stropen, verhandelen en misbruiken van diersoorten. Ze richtte de Stichting Jakarta Animal Aid Network (Jaan) op, die lobbyt voor betere wetgeving en een structurele aanpak van het stropen. En dat bleef niet zonder succes.


Niet te geloven maar dit is een aapje. Arm dier

Ze ging het gevecht aan om een einde te maken aan de wanpraktijken met dansaapjes; makaken in pakjes vertoonden kunstjes om zo geld te verdienen voor hun eigenaren. Om ze precies te laten doen wat hun eigenaren wilden, werden die aapjes van jongs af aan gemarteld. Eerst verbood Jakarta de praktijk. Later volgde Bandung. De dansaapjes werden in beslag genomen en belandden in een opvangcentrum van Den Haas. Eind vorig jaar kon ze enkele tientallen aapjes, na een gewenningsperiode, terugbrengen naar het oerwoud.

Ook streed ze tegen rondreizende circussen met dolfijnen, die kunstjes doen. “In 2008 ben ik gaan kijken in Bekasi op West-Java. Op een voetbalveld stond een circustentje met een groot, plastic opblaasbad met twee dolfijnen. Een ervan dreef levenloos in het gechloreerde water. De eigenaren beweerden dat het ging om dolfijnen die in netten van vissers waren beland. Zij hadden ze gered, vertelden ze aan de overheid. Maar ze vingen die dolfijnen zelf.” Het stoom komt zoveel jaar later nog uit haar oren.

Femke den Haas zette een opvangcentrum voor dolfijnen op.

Ondergedoken na bedreigingen

Stichting Jaan organiseerde demonstraties bij circusvoorstellingen en lobbyde bij de overheid. “Het circus kocht mensen om en wij werden zwaar geïntimideerd. Er verschenen mannen in zwarte pakken bij mijn huis en bij medestanders. Ze gooiden alle ramen in van een van onze dierenklinieken. Ik heb een tijd ondergedoken gezeten”, vertelt ze.

Den Haas stopte niet en twaalf jaar later heeft Indonesië reizende dolfijnencircussen verboden. Ze zette een opvangcentrum op aan de kust van Bali waar ze de dolfijnen trainde om in vrijheid te leven en zelf hun voedsel te vangen. “Ze gingen van een ondiep chloorbad naar een grote kooi van 15 meter diep. Ze herstelden snel en werden van futloze dieren weer heel actief. In 2022 zijn ze losgelaten.”

Er zijn nog twee centra waar dolfijnen om hun kunstjes voor het publiek worden vastgehouden. Den Haas is vastberaden: “Ook die gaan we sluiten”.

Op het eiland Lembata, ten oosten van Flores, trof Den Haas (rechts op de foto) acht aan stukken gehakte grienden.

Acht grienden, in stukken gehakt

Ze heeft nu weer nieuwe projecten. Zo vangen de eilandbewoners van Lembata, ten oosten van Flores, jaarlijks walvisachtigen. “Wettelijk gezien mogen ze er drie per jaar vangen als voedsel, dat deden de vissers van oudsher ook.”

Ze is net terug van de zoveelste trip naar dit kleine eiland. Wat ze daar aantrof, schokte haar diep. “Op het strand lagen acht grienden, een dolfijnsoort, in stukken gehakt. Overal stroomde bloed. Ze waren de dieren in moten aan het snijden om het vlees te drogen en aan dorpen in de omgeving te verkopen. De botten gaan naar China om er traditionele medicijnen van te maken.”

“Naast een moeder-griend lag een foetus, die uit haar buik was gesneden. Ik heb toch al heel wat gezien, maar ik kon mijn tranen niet bedwingen. Zwangere vrouwtjes en kalfjes mogen al helemaal niet worden gevangen.” Den Haas komt al jaren op het eiland en ziet de commerciële vangst toenemen. Ze is vastbesloten om hier een einde aan te maken.

“De stank op dat strand van al die gedode grienden en dat bloed: vreselijk. Ik ruik die geur een week later nog. Na drie keer douchen heb ik het gevoel dat die lucht nog steeds op mijn huid zit.”

Hogere straffen voor stropers

Ze blijft positief. Na zo’n twintig jaar ziet ze de bewustwording groeien als het gaat om natuurbescherming. “De straffen op stropen zijn onlangs fors omhooggegaan van maximaal vijf naar vijftien jaar. Eind januari kregen vijf stropers van zeven Javaanse neushoorns, 10 procent van de populatie, minimaal tien jaar gevangenisstraf.”

De speurhonden vinden deze avond geen gesmokkelde dieren, anders dan die keer dat het team een truck staande hield met maar liefst 1700 verschillende bedreigde vogel- en diersoorten. Kletsnat stapt iedereen weer in de auto’s.

Lees ook:

De Nederlandse Edwin Wiek redt kokosaapjes in Thailand. ‘Over tien jaar vind je geen enkele aap meer die kokosnoten plukt

Kokoszuivel wint aan populariteit. Dit plantaardige alternatief voor dierlijke zuivel is alleen niet altijd diervriendelijk. Maar mede dankzij de Nederlander Edwin Wiek zijn de leefomstandigheden van de Thaise aapjes die de kokosnoten plukken, verbeter

Geen opmerkingen:

Een reactie posten