Duurzame landbouw
Gewassen die op een natuurlijke manier zijn verbouwd, zijn gezond
voor mens en milieu. Daarom voert Greenpeace campagne voor duurzame landbouw.
Daarin is geen plaats voor giftige bestrijdingsmiddelen en genetische
manipulatie, want de nadelen en risico’s daarvan zijn te groot.
Duurzaam eten wordt steeds gewoner: biologische winkels schieten als
paddenstoelen uit de grond, boerenmarkten worden druk bezocht en ook in de
gewone supers vind je steeds meer producten die met respect voor mens en milieu
zijn gemaakt. Maar helaas laten de meeste spullen in onze boodschappenmandjes
nog altijd een spoor van vervuiling achter. Landbouwgif, kunstmest,
waterverspilling en gentech: dat wil je toch niet?
Het probleem
Het huidige, ‘moderne’ landbouwsysteem rammelt aan alle kanten. En dat
veroorzaakt steeds grotere problemen in zowel binnen- als buitenland. In
Nederland gaat het al jaren slecht met vogels en insecten op het platteland.
Belangrijke oorzaken zijn het intensieve bestrijdingsmiddelengebruik en
de teruggang van natuur op het platteland door intensivering van de landbouw.
Vooral de bijensterfte is zeer zorgelijk, want bijen zijn onmisbaar voor het
bestuiven van gewassen in de landbouw en het in stand houden van de
biodiversiteit.
Helaas sterven bijen massaal doordat in diezelfde
landbouw bestrijdingsmiddelen als neonicotinoïden en fipronil worden gebruikt.
Imkers en milieuorganisaties als Greenpeace pleiten al lang voor een
verbod op deze middelen.
Rapporten van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) bevestigen
dat de gifstoffen een groot risico kunnen vormen voor de bij.
Boeren in de klem
Grote bedrijven die gentechzaden, kunstmest en bestrijdingsmiddelen
produceren, krijgen steeds meer macht over wat er op ons bord ligt. En de
boeren? Die zitten klem tussen de toeleveranciers van pesticiden en zaden aan de
ene kant, en de supermarkten en voedselmultinationals die lage prijzen eisen aan
de andere kant. Niet zelden krijgen boeren minder voor hun producten dan het
geld dat ze er aan moeten uitgeven om ze te maken.
Nederland heeft al jaren te kampen met een mestoverschot door een veel te
grote veestapel, die ook over de grens voor grote problemen zorgt: ons vee wordt
gevoerd met veevoer dat in Noord en Zuid-Amerika wordt verbouwd. De productie
van dat voer gaat ten koste van de natuur daar.
De landbouwsector is één van de belangrijke aanjagers van het
klimaatprobleem. Dat komt vooral omdat vlees een veel te dominante plaats
inneemt in ons menu: vleesproductie kost veel energie. Eerst moeten granen
verbouwd worden om als voer te dienen, voordat deze granen worden omgezet in
vlees. Het verbouwen van veevoer zoals soja gaat ten koste van de bossen.
Daarnaast kost het produceren van kunstmest –voor dat voer- veel energie.
Landbouwsubsidies, wetenschap en financiering door banken zijn vaak zó ingericht
dat ze deze destructieve landbouw stimuleren. Meer gif, kunstmest, verlies van
biodiversiteit, etc.
De vraag is niet óf het anders moet, maar hoe lang we het nog laten duren
voordat we échte oplossingen gaan invoeren en stoppen met deze fundamenteel
verkeerde wijze van voedselproductie.
De oplossing
Dat het anders kan, bewijzen wetenschappers, ondernemers en boeren al lang in
de praktijk.
Boeren die met de natuur samen- in plaats van tegenwerken, door bijvoorbeeld
geen of veel minder gif te gebruiken, en door verschillende gewassen te telen.
Op die manier hebben ze minder last van insecten die hun oogst aanvreten. Door
de natuur een plek te geven, helpen vogels en insecten de boer een handje door
bijvoorbeeld bladluizen op te eten.
Slimmer beheer van de akkers zorgt
ervoor dat de bodem beter tegen een stootje kan. Sterkere gewassen die door
slimme gentechvrije
‘bloemetjes en bijtjes-veredeling’
zijn gemaakt en op die manier bestendig zijn tegen droogte, schimmels, of
andere ziektes kunnen de boer helpen onafhankelijk te worden van chemie.
Wetenschappers noemen deze vorm van landbouw ‘agro-ecologie’: geen
eindeloze monoculturen van hetzelfde gewas of duizenden varkens in één stal,
maar diversiteit in gewassen, kleinere akkers, en het wegwerken van het
mestoverschot.
Een wetenschappelijk panel, samengebracht op initiatief van de VN,
constateerde al in 2008 dat het wereldwijde landbouwsysteem zou moeten
veranderen. Meer agro-ecologie, minder gentech en monoculturen, waren een paar
van de belangrijke conclusies uit hun
studie. Om boeren uit de fuik
van meer produceren voor minder kosten te halen, moeten ze een eerlijke prijs
voor een duurzaam product krijgen. Dáár staat Greenpeace voor.
Meer weten? Lees de brochure
‘Duurzame landbouw zonder gentech’.
Wat wij doen
Red de bij
We voeren campagne voor de
bij. We zetten ons in voor een
verbod op bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor bijen en we promoten
ecologische landbouw die zonder pesticiden kan.
Biologische boeren
Greenpeace is ook mede-initiatiefnemer van
het
Pieperpad, een duizend kilometer lang fietspad langs duurzame
boerenbedrijven waar iedereen proefondervindelijk ontdekt hoe mooi
biodiversiteit is en hoe goed eerlijk voedsel smaakt. Gentechvrij, gifvrij en
met respect voor boerenkennis, ervaring en inzet.
Genetische manipulatie
Greenpeace voert al heel lang campagne tegen de zogeheten
RoundupReady-gentechgewassen, en het bijbehorende onkruidbestrijdingsmiddel
Roundup, van het bedrijf Monsanto. Samen met boeren en consumenten kunnen we
ervoor zorgen dat Nederland gentechvrij blijft. Maar Roundup-middelen worden
niet alleen toegepast op gentechgewassen, op veel Nederlandse stoepen spuiten
gemeenten kwistig met het gif, om onkruid te weren. Ook jij kunt iets ondernemen
tegen het spuiten van
Roundup op de stoep.
Wat jij kunt doen
Eet minder vlees, probeer zo veel mogelijk biologisch en lokaal geproduceerd
voedsel te kopen en kijk op het etiket of er geen gentech in zit (de producent
is verplicht dit erop te zetten). Door de app
Questionmark op je smartphone of tablet te
gebruiken, weet je wat je koopt en kunt je veel gerichter boodschappen doen.
Vind je het bio-aanbod in jouw supermarkt te mager? Spreek de winkelmanager daar
dan op aan; als er meer klanten vragen om bio, zal het lonen dit in de schappen
te leggen.