maandag 20 februari 2017

Duizenden levende schildpadden gesmokkeld uit Tunesië: Er is hoop Tunesië onderneemt actie



Op veerboten die uitvaren vanuit Tunesische havens, worden vaak kartonnen dozen vol wilde schildpadden meegesmokkeld.


Schildpadden kunnen zich goed tegen roofdieren beschermen door zich in hun schild terug te trekken. Maar dat schild maakt ze ook gemakkelijk te vervoeren voor smokkelaars over de hele wereld, die ze achteloos in zakken gooien alsof het stenen zijn.

Uit cijfers van de Italiaanse stad Genua en het Franse Marseille - populaire bestemmingen voor de illegale handel vanuit Tunesië - blijkt dat er jaarlijks rond de 1.500 levende schildpadden bij Tunesische smokkelaars in beslag worden genomen. Maar de werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk flink hoger, aangezien er veel ladingen onopgemerkt blijven.
Het overgrote deel van de smokkelactiviteiten speelt zich af aan het einde van de zomer, wanneer Tunesiërs terugkeren naar Europa nadat ze tijdens een vakantie in hun vaderland de schildpadden hebben opgehaald.

In het grootste deel van het Afrikaanse land heerst een woestijnklimaat. Het telt niet veel beroemde exotische dieren, maar de economische omstandigheden zijn er slecht. En net als in veel andere landen waar gewetenloze dierensmokkelaars opereren, betalen de dieren daarvoor de prijs. In het geval van Tunesië gaat het om wilde schildpadden en prachtige roofvogels.

Wilde schildpadden kunnen in Europa een hoge prijs opbrengen. Vaak worden ze met een heleboel tegelijk in kartonnen dozen gestapeld, met kartonnen 'tussenlagen'. Die dozen worden opgestapeld aan boord van de veerboten die vanuit de Tunesische havens vertrekken. Bij vogels worden de slagpennen afgeknipt, zodat ze niet met hun vleugels kunnen gaan klapperen. Vervolgens worden ook deze dieren in kartonnen dozen gelegd. Ter camouflage worden deze dozen afgedekt met een laag veel vervoerde groenten, zoals tomaten, paprika's of uien.

Door lakse controles in veel Tunesische havens maken veel dieren deze hachelijke reis over de Middellandse Zee.

Zoals te verwachten, gaan veel vogels en schildpadden onderweg dood. Gelukkig zijn er ook veel mensen die zich het lot van deze dieren aantrekken en zich sterk maken voor deze dieren die zelf geen stem hebben.

Geredde vogels worden teruggebracht naar Tunesië, waar ze worden opgevangen door een lokale NGO, die zorg draagt voor hun rehabilitatie. Als hun veren ver genoeg zijn terug gegroeid om te kunnen vliegen, worden ze vrijgelaten in de natuur.

Wilde schildpadden gaan naar een rehabilitatiecentrum 30 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Tunis, genaamd Boukornine National Park. De overheidsdienst voor bosbeheer vestigde dit park in samenwerking met Marwell Wildlife. Bij het centrum horen een omheind terrein van één hectare groot, een bescheiden lab en een klein hospitaal, geleid door een dierenarts van Marwell Wildlife. Vier dierenartsen, allemaal afgestudeerd aan de Nationale School voor Diergeneeskunde in het Tunesische Sidi Thabet, vormen de medische staf van het centrum. Het centrum wordt geroemd om haar onderzoek op het gebied van inheemse schildpadsoorten.

In beslag genomen schildpadden worden overgebracht naar een rehabilitatiecentrum dat is gevestigd door de Tunesische overheidsdienst voor bosbeheer. Bij het centrum horen een omheind terrein van één hectare groot, een bescheiden lab en een klein hospitaal, geleid door een dierenarts van Marwell Wildlife.In beslag genomen schildpadden worden overgebracht naar een rehabilitatiecentrum dat is gevestigd door de Tunesische overheidsdienst voor bosbeheer. Bij het centrum horen een omheind terrein van één hectare groot, een bescheiden lab en een klein hospitaal, geleid door een dierenarts van Marwell Wildlife.

Aan dit soort rehabilitatiecentra zijn flinke kosten verbonden. Om in die kosten tegemoet te komen, betalen de Franse en Italiaanse autoriteiten de kosten voor het terugbrengen van de gesmokkelde dieren naar het land van herkomst.
Maar er zijn ook Europese landen, zoals bijvoorbeeld België, die vinden dat de Tunesische dienst voor bosbeheer zelf voor die kosten moet opdraaien. De zwakke economie van Tunesië maakt het echter steeds moeilijker om deze kosten op te brengen.

Hoewel het in de havens nog niet goed lukt om gesmokkelde dieren op te sporen, zijn er ook bemoedigende ontwikkelingen. Zo heeft het land een groot aantal natuurbeschermingsmaatregelen getroffen:
  • Om de kostbare wilde diersoorten die er zijn te beschermen, heeft de Tunesische overheid het landelijke netwerk van natuurreservaten uitgebreid van 7.400 hectare in 1987 naar 600.000 hectare in 2011.
  • Tunesië heeft verschillende internationale verdragen ondertekend, zoals de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES) en het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (CMS).
  • In 2006 heeft de Tunesische minister van Landbouw en Water een lijst opgesteld van zeldzame en bedreigde planten- en diersoorten die door de samenleving moeten worden beschermd.
--DAK

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen