woensdag 28 oktober 2015

De hel van dierproeven straks verleden tijd? Europees onderzoek voor minder proefdieren ( video )

        

 

 
De Universiteit Leiden gaat leiding geven aan een groot Europees onderzoek naar alternatieven voor dierproeven bij toxicologisch onderzoek. Voor dit EU-ToxRisk project – dat in januari 2016 van start gaat – is gedurende zes jaar € 30 miljoen beschikbaar.
Het doel van het project is onderzoek op levende dieren grotendeels te vervangen door onderzoek op dierlijke of menselijke cellen. ‘Het testen op cellen is relatief eenvoudig, maar wat we daar waarnemen moeten we vervolgens nog wel vertalen naar de mens, die blootgesteld is via mond, longen of huid’, vertelt Dinant Kroese van TNO, dat ook aan het project meedoet.
Daarvoor willen de projectpartners meer gebruik gaan maken van voorspellende computermodellen.  


Sterke impuls voor diervriendelijke gevarenbeoordeling van chemische stoffen                     

Bij het opstellen van toxicologische profielen van chemische stoffen wordt vaak nog gebruik gemaakt van dierproeven. In het Europese project EU-ToxRisk werken 39 partijen samen aan het vinden van proefdiervrije alternatieven. Wetenschap, bedrijfsleven en overheid gaan samen deze grote technische uitdaging aan.
 
De EU-verordening REACH bepaalt dat in 2018 producenten en importeurs van chemische stoffen een gevarenbeoordeling hebben gemaakt voor alle chemische stoffen op de Europese markt. Van iedere stof moet dan bekend zijn wat het risico is wanneer mens en milieu ermee in aanraking komen en in welke concentraties dit al dan niet schadelijk is. In totaal gaat het om toxicologische profielen voor ruim 30.000 chemische stoffen. Bij onderzoek naar de toxiciteit bij chronische blootstelling en de toxiciteit op embryo-ontwikkeling en voortplanting wordt nog volop gebruik gemaakt van dierproeven. Binnen de Europese Unie heerst een sterke wens om daar alternatieven voor te vinden. Dit krijgt nu een extra stimulans door de oprichting van het EU-ToxRisk project.

Geen levende dieren meer

Het doel van EU-ToxRisk is om onderzoek op intacte levende dieren (in vivo) te vervangen door onderzoek op dierlijke of menselijke cellen (in vitro) en gebruik te maken van de reeds grote hoeveelheid beschikbare informatie en kennis en de voorspellende kracht daarvan (in silico). Dinant Kroese van TNO : “Het vinden van diervrije alternatieven vraagt veel van onze expertise. Het testen op cellen is relatief eenvoudig, maar wat we daar waarnemen moeten we vervolgens nog wel vertalen naar de mens, die blootgesteld is via mond, longen of huid.”


Ervaring is er al

TNO heeft al ervaring met deze aanpak binnen het programma DIAMONDS (Data warehouse Infrastructure for Algorithms, Models & Ontologies towards Novel Design and Safety). Met gebruik van bestaande data en in-vitro-modellen wordt voorspeld wat de in-vivo-effecten zullen zijn. “Dankzij deze ervaring en de expertise die wij in de (klassieke) risicobeoordeling van stoffen hebben, konden wij bijdragen aan de opzet van EU-ToxRisk. Wij hebben ons hardop afgevraagd: Als we deze methodologie willen toepassen binnen REACH, wat is dan nodig aan kennis en expertise en hoe organiseren we dat?”

Dierstudies niet altijd betrouwbaarder

Naast de enorme technische uitdaging van het vinden van alternatieven voor in vivo-studies, is communicatie ook heel belangrijk. Bij sommige regelgevers leeft de perceptie dat dierstudies per definitie betrouwbaarder zijn dan welk alternatief ook. “Maar elke methodologie heeft haar onzekerheden”, zegt Kroese. “Het is zaak die onzekerheden in kaart te brengen zodat ze te vergelijken zijn en de regelgever begrijpt dat de nieuwe methodologie beter is dan de oude.”

Twee grote werkgroepen

EU-ToxRisk gaat officieel van start in januari 2016 en ontvangt gedurende zes jaar 30 miljoen euro aan fondsen. Het managen van projecten van deze omvang, zal altijd een uitdaging blijven. “Daarom werken we niet in talloze kleine werkgroepen, maar bundelen wel disciplines in twee grote werkgroepen: een voor chronische blootstelling en een voor embryo-ontwikkeling en voortplanting.” Kroese, trekker van de tweede werkgroep, is optimistisch over het project. “Ik bespeur daadkracht en focus en heb goede hoop dat EU-ToxRisk met concrete resultaten komt.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen